De verdwijning van Jesse

KLOOSTERBUREN/LEENS – In dit bericht vertel ik hoe ikzelf de vermissing van Jesse heb beleefd. Enkele details zijn weggelaten vanwege privacy redenen. 

Het is 1 januari. Ondanks het late naar bed gaan moet ik er weer vroeg uit om foto’s te maken bij de nieuwjaarsduik in Wehe. Tijdens het doorsturen van de foto’s komt er een melding binnen van een containerbrand bij de ambulancepost in Leens en ik besluit ook daar nog even langs te gaan. Op de weg terug kijk ik op Twitter en zie ik de eerste berichten van de vermissing. Op dat moment heb ik alleen nog maar een Facebookpagina met een kleine 50 volgers. Er zijn natuurlijk vaker vermissingen dus ik besluit even te wachten met het bericht. Na een nieuwjaarsborrel van de familie kom ik rond half 10 s’avonds weer thuis. Ik kom het vermissingsbericht nog enkele malen tegen en om 22:00 plaats ik het eerste bericht.

Binnen no time wordt dat bericht bijna 1000 keer gedeeld. Ik krijg van diverse vrienden/kenissen van Jesse aanvullende informatie. Om 23:12 besluit ik een aanvullend bericht te plaatsen met meer informatie. Die middag/avond is er door een klein groepje mensen al gezocht en ook de politie is al ingelicht. Al snel krijg ik het gevoel dat dit niet ‘zomaar’ een vermissing is. Al snel wordt het aanvullende bericht meer dan 2000 keer gedeeld en zo’n 300 duizend mensen zouden het bericht te zien krijgen.

Na wat conversaties met diverse mensen besluit ik toch om maar eens te gaan slapen, 2 januari was namelijk mijn 16e verjaardag. Voor het slapen plaats ik een derde bericht, met de oproep of mensen wouden komen helpen zoeken. Die zoektocht zou om 9 uur starten in Kloosterburen. Zelf had ik een voetbalwedstrijd dus kon ik helaas niet direct komen. Inmiddels stonden zowel mijn laptop als telefoon roodgloeiend van de likes, deelacties, reacties en berichten. De eerste paragnosten meldden zich al en er kwamen een heleboel vragen binnen of daar en daar al werd gezocht. De eerste geruchten werden verspreid en toen begon voor mij het ‘echte’ werk; haal alle onwaarheden er uit en meldt alleen de feiten.

Ik heb geprobeerd alle vragen en berichten te beantwoorden, soms lukte dat helaas niet door de grote hoeveelheid berichten. Plus daarbij gaat het ‘normale’ leven ook gewoon door. Na mijn voetbalwedstrijd besloot ik nog even naar Leens te fietsen om te helpen met zoeken en wat mensen vragen te stellen. Het zoekgebied was in de middag namelijk van Kloosterburen naar Leens verplaatst. Op den duur had ik het idee dat sommige mensen 112 Hogeland als ‘organisator’ aanzagen. Alle relevante tips en berichten heb ik doorgestuurd naar mensen die wel in de organisatie zaten (toppers!). Ik plaatste nog enkele berichten die allemaal rond de 100 duizend keer werden bekeken.

2 januari, tegen 16 uur besluit ik een tijdlijn te maken met gebeurtenissen en dingen die bekend waren over Jesse of de vermissing. Dat bericht sloeg bijzonder goed aan en werd meer dan 14 duizend keer gedeeld en door 1,1 miljoen mensen gezien. De vermissing kon door niemand meer onopgemerkt zijn door onder andere de aandacht van landelijke media. De kracht van social media werd weer eens bewezen! Doordat de berichten een enorm groot bereik hadden was ik blij als ik even 10 seconden geen bericht kreeg. De website waarisjesse.nl ging de lucht in en een volgende zoekactie werd opgezet.

3 januari om 9 uur begon deze zoekactie in Kruisweg. Ondanks de weersomstandigheden (tot twee keer toe onderuit gegaan met de fiets) ben ik hier samen met een vriend heen gegaan. Door de verjaardag van mijn tante kon ik daar niet lang blijven. Ik kwam er achter dat ik op den duur niet meer in de rol als ‘journalist’ met de vermissing bezig was. Ik nam mijn camera niet meer mee en was helemaal niet bezig met het feit dat 112 Hogeland nu al 5000 volgers had. Het aantal volgers was in drie dagen van 50 naar 5000 gegaan.

4 januari was ik ijsvrij van school. Ik was met wat vrienden aan het schaatsen toen ik een bericht kreeg dat er een onderzoek gaande was in een woning in Kloosterburen. Met gevaar voor eigen leven ben ik naar Kloosterburen gefietst en daar heb ik wat met een rechercheur staan praten. Ik had 3 januari een bijzondere tip gekregen van iemand wat direct met dat huis in verband stond (ik treed niet verder in detail) en deze had ik doorgestuurd naar iemand die het naar de politie heeft doorgezet. Tot mijn verbazing betrof dat hetzelfde huis. Tijdens het gesprek met de rechercheur werd me wel duidelijk dat er iets concreets gaande was, hij mocht mij (natuurlijk) niks vertellen. Nadat ik mijn gegevens aan de beste man had gegeven ging ik weer snel naar huis om de foto’s door te sturen en een bericht op te maken op 112 Hogeland.

Ook 5 januari was ik ijsvrij en ben ik naar Kloosterburen gegaan, waar inmiddels ook het NFI (Nederlands Forensisch Instituut) was aangekomen. Toen durfde ik pas te beseffen dat het wel eens een verkeerde afloop kon gaan hebben. In de middag werd duidelijk dat het lichaam van Jesse was gevonden. Toen mocht ik een zo respectvol, doch correct bericht gaan opmaken, hetgeen ik me al dagen voor aan het voorbereiden was maar toch lastiger bleek dan gedacht. ‘Al die zoekacties voor niks’ en ‘hij was gewoon 100 meter verderop’, dat spookte dagen door me heen. Dit was niet het scenario waar ook iemand mee rekening had gehouden.

Teije, Herman en Robert in het speciaal, bedankt dat jullie de tijd hebben genomen om mij te woord te staan en mij hebben voorzien van juiste informatie. Uiteindelijk kan ik zeggen dat ik heb gedaan wat ik kon, en daar ben ik blij om. Al had ik het natuurlijk liever anders gezien.

Ingmar